skip to Main Content

Letitia Brunst (67) liet met haar expositie ‘Beauty of cancer’ zien hoe ze het hebben van kanker en de gevolgen ervan heeft verwerkt. Haar conclusie is dat alles, dus ook kanker, twee kanten heeft, een donkere, zware kant en een lichte, positieve kant.

In het schilderij waar Letitia nu mee bezig is, verwerkt ze filterhouders (pleisters waar een HME-filter in past). “Om de toeschouwer te laten beleven dat er zoveel gaten in je achterblijven na kanker en laryngectomie. De ziekte kan terugkomen, je kunt niet meer schreeuwen, op feestjes voel je je alleen, want meepraten lukt niet goed en eten en praten tegelijk gaat al helemaal niet. Het onbegrip van mensen slaat gaten. Toch voel ik me veel beter dan voor mijn kankerperiode.”

Waar zit het hem in, dat je je beter voelt?

“Alles is een medaille en heeft twee kanten, ook kanker. Het leerde mij om van mijzelf te houden, voor mijzelf klaar te staan. Voor de kanker werd ik geleefd. Met de kanker ging ik zelf leven. Toen ik in het ziekenhuis lag, had iedereen tijd voor mij. Ik kreeg bloemen, aandacht, kaartjes. Daarvoor kreeg ik nooit wat. Ik stond altijd klaar voor mijn kinderen, voor mijn man. Op school, ik gaf les in het basisonderwijs, ging het ook zo. Als collega’s zaten te eten, was ik nog even aan het bellen, iets aan het regelen. Ik was altijd doodop van het rennen en doen. Als je dan eindelijk zelf aan bod komt, lig je voor pampus. Nu zorg ik veel beter voor mezelf. Het begon bij mij met schildklierkanker. Daar heb ik lang mee gelopen, want ze konden het niet vinden, totdat mijn stem uitviel. Telefonisch kreeg ik te horen dat ik een carcinoom had. Wat is een carcinoom, dacht ik, maar ik wist tegelijkertijd, goed kan het niet zijn. Ik stond toen op het punt om naar Suriname te gaan. We hadden Landerij Brinkie in Saramacca* gekocht en mijn gedachte was nu ga ik er alleen nog naar toe om te sterven. Een domme gedachte vind ik dat nu. We gaan immers allemaal dood, morgen of over twintig jaar, maar ik had kanker en leef nog steeds. We hebben er vijf jaar over gedaan om de landerij op te knappen. Het huis en alles eromheen was erg verwaarloosd. Het verschil met het Nederlandse klimaat is groot, in Suriname kan het wel 36 graden zijn, dus ik moet altijd even wennen, maar mijn keel vindt de vochtige warmte fijn.”

Hoe ben je de eerste tijd na de diagnose doorgekomen?

“Door niet bang te zijn, maar te weten waar het over gaat, wat er aan de hand is.” Letitia pakt een boek en slaat het open. “Kijk, uitleg met plaatjes, waar de schildklier zit en wat hij doet. Ik rommel graag in de Kringloopwinkel, daar vond ik dit boek. Toen ik las dat schildklierkanker erfelijk kan zijn en meestal bij vrouwen voor komt, dacht ik aan mijn twee kleindochters en zei tegen mijn zoon: ‘Let goed op die meisjes.’ Ik zocht een antwoord op de vraag waarom ik kanker had gekregen, wat deed ik verkeerd. We maken allemaal onbewust fouten. Verkeerde voeding, verkeerde levenswijze. Omdat ik niet meer werk, heb ik de tijd om alles uit te zoeken. Dat is ook een goede kant van kanker, anders had ik geen tijd. Mijn moeder was apothekersassistent. Zij deelde haar kennis over medicijnen met ons en daar heb ik nog altijd wat aan. Daarom vind ik het belangrijk ook iets achter te laten voor mijn kinderen en kleinkinderen. Op de landerij kweek ik fruitsoorten die verloren dreigen te gaan, ik wil ze bewaren voor het nageslacht. In Suriname wordt daar niet op gelet, ze kappen alles. Daarom ben ik ook met de boot naar de oude plantage van mijn opa gegaan, met de gedachte dat ik misschien nog iets kon redden. Tijdens die tocht had ik veel last van de wind. Zulke dingen moet ik niet meer doen. Mijn man Piet Hein is het hele jaar in Suriname. In de zomer ben ik in Nederland en in de winter in Suriname. Mijn kinderen en kleinkinderen wonen in Nederland. Voor hen is Suriname niet meer dan een schim. Ze kennen het niet zoals ik het ken.”

Heb je na je laryngectomie nog voor de klas gestaan?

“Tot de laatste dag heb ik gewerkt. Ik wist wat er zou gaan gebeuren. Niet wat de impact zou zijn. Mijn zus luisterde toen de voorlichter me bezocht, maar ik hoorde niets. Mijn zus keek naar de mensen met een halsstoma in het ziekenhuis, maar ik zag ze niet. Het ging allemaal zo snel, binnen een week was het gebeurd. Mijn man zegt altijd: ‘Ik word nooit ziek.’ Dat vond ik toen erg pijnlijk. Ik schaamde me zo. Het heeft me tien jaar gekost om eroverheen te komen, om het te accepteren. Omdat ik nu een schorre mannenstem heb, zeggen mensen vaak meneer tegen me. Het is me overkomen dat veiligheidsmensen me wilden wegsturen uit de damestoiletten. Mijn kleinkinderen kennen mij alleen met deze stem. Het is fijn dat er filmpjes zijn waarop je kunt zien en horen hoe ik vroeger was. Maar als mijn kleindochter zo’n filmpje van mij ziet houdt ze voet bij stuk, dat is oma niet. Ik heb nooit meer voor de klas gestaan. Mijn kleindochter vroeg vorig jaar of ik op de voorleesdag wilde komen. Ik ging, want ik dacht dat ik eroverheen was. Ik hoefde niet te lezen, alleen te luisteren, maar ik kreeg me toch een huilbui en ben gauw weggegaan. Lesgeven heb ik zo lang gedaan en met zoveel plezier. Ik was een aparte juf. Als ik naar het toilet moest zei ik tegen de klas ‘ook daar luister ik.’ Dat geloofden ze, dus ook als ik er niet was bleven ze rustig aan het werk. Collega’s vroegen zich weleens af hoe ik dat deed. Zo gemakkelijk gaat het me nu niet meer af. Die ene keer dat ik met mijn kleinzoon de eendjes ging voeren merkte ik, zo’n kleintje is watervlug en ik kan niet rennen en niet gillen.”

Is er meer veranderd door de ziekte?

“Ik was actief in het Surinaamse leven in Amsterdam. Exposeerde, werkte mee aan documentaires, over goud, over Winti. Dat liet ik achter me, ook uit schaamte over mijn ziekte. Wel blijf ik Surinaamse kennis en waarden doorgeven aan mijn kinderen en kleinkinderen. Mijn vader was natuurgenezer, van hem kreeg ik destijds een boodschap. ‘Zet zeven dagen voor je gaat slapen een glas water buiten, drink het ’s morgens leeg en je zult genezen.’ Ik heb gedaan wat hij zei. Naast de behandeling van de artsen in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis heeft ook dat bijgedragen aan mijn genezing.”

Schilderen ben je al die tijd blijven doen?

“Na mijn operatie deed ik niets meer. Een vriendin drong aan en daarom ben ik toch weer begonnen. Op mijn tentoonstelling Beauty of cancer (2015) in gebouw Kostgewonnen legde ik aan het aanwezige publiek uit waar mijn werk over ging. Een jonge vrouw stond stilletjes in een hoek te luisteren en schreef vervolgens een gedicht**. Toen ik het las wist ik, ik heb me nog nooit zo begrepen gevoeld.”

* stichtingbrinkie.com

**Het gedicht waar Letitia op doelt:

 

De schoonheid van kanker,

zij loopt als gespannen

draden door mijn lijf

 

Ik voel boze vlinders

door mijn aderen vliegen,

deinend op het bitterzoete

kloppen van mijn hart

 

Een strijder ben ik, vechten

zal ik voor dit bestaan

want hoop glinstert nog

altijd aan de horizon

 

De schoonheid van kanker, als

een bloem in bloei tekent zij

mijn kunst en zal daar

voor eeuwig rusten

 

Sabine

Letitia Brunst

Back To Top
NieuwsbriefMis geen update, schrijf je in voor de nieuwsbrief