Skip to content

Op 26 april 2024 kondigde Dieuwertje Blok in Volkskrant Magazine aan dat ze als gevolg van een tumor in haar neus een neusamputatie moest ondergaan. Aanvankelijk leek het te gaan om een voorhoedegevecht; echter na het falen van verschillende therapieën en een snelle terugkeer van de kanker na haar neusamputatie, werd duidelijk dat Dieuwertje niet meer beter zou worden. Dieuwertje overleed op 2 maart van dit jaar. Haar zus Tessel Blok en Jomaro Kooke, Dieuwertjes Neuzenmaatje, vertellen wat ze voor haar hebben betekend in de periode van diagnose tot overlijden.

Dieuwertje Blok: “Ik heb een hartstikke rijk leven gehad. En ik heb ook een rijk heengaan.”

Contact

Wil jij contact met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij? Of wil je naar een activiteit bij jou in de buurt? Kijk dan op deze website onder Bij jou in de buurt/activiteiten.

Hoe gaat het met je, Tessel?

`Het gaat best aardig. Ik ben wel moe, maar dat is niet zo raar na alles wat er is gebeurd.`

Op 8 augustus zou Dieuwertje 68 jaar zijn geworden. Hoe heb je deze dag beleefd?

`We zijn hier in Nederhorst den Berg geweest, met dezelfde vriendengroep die er tijdens haar ziekteproces ook altijd bij was. Met vier echtparen en alle kinderen hebben we hier gegeten. Het was prachtig weer. Met zijn allen aan de grote eettafel, het kampvuur aan. De kinderen zijn blijven slapen. Het was een goed weekend.”

Als we teruggaan naar het moment van Dieuwertjes diagnose: hoe was dat voor jou?

“Bizar natuurlijk, omdat ik zelf ook een kankerdiagnose heb gehad. Bij mij was de kanker al te ver om nog te kunnen genezen, maar het is prima onder controle te houden. Ik heb vanaf het begin goed gereageerd op de medicatie. Ik ben eigenlijk nooit ziek geweest. Dus ik was erg blij dat ik er voor Dieuwertje kon zijn. Maar het was natuurlijk wel een schok. Ik was in het ziekenhuis voor een scan toen Dieuwertje mij belde en zei: `Ik denk dat ik je voor ben met een bestraling in het AvL. Ze was op dat moment bij haar man Peter in het ziekenhuis. Hij was erg ziek en had veel pijn vanwege twee ernstige bacteriële infecties aan zijn voet, wat ertoe leidde dat zijn been tot net onder de knie geamputeerd moest worden. Terwijl ze bij Peter zat, kreeg ze een telefoontje over de uitslag van haar weefselonderzoek. Er was sprake van een plaveiselcelcarcinoom, oftewel huidkanker in haar neus.

Omdat de kanker in haar neus geïsoleerd was, kreeg ze brachytherapie (red: stralingsbron wordt dicht bij of zelfs in de tumor geplaatst). Dit speelde in mei 2023. De artsen waren zeer positief over de slagingskansen van deze therapie. Dat was fijn, want alle aandacht was nodig voor Peter die erg ziek was. Na de brachytherapie volgde nog immunotherapie. Toen ze deze had afgerond, liep de zomer op zijn eind.

In oktober 2023 voelde Dieuwertje een bultje aan de buitenkant van haar neus. Ze was op dat moment bezig met de opnames van het Sinterklaasjournaal. Uit een biopt bleek dat de kanker terug was. Toen werd het allemaal wat ernstiger. De arts zei: ´Dat ding gedraagt zich raar.´ Er is voor het eerst gesproken over een gedeeltelijke neusamputatie. Mick, Dieuwertjes zoon, en ik zaten bij dit gesprek. Ik zie Dieuwertje nog zitten. Ze zei: ´Oh, dan wil ik dood. Zonder neus ga ik niet leven, dat kan ik niet. Het kan ook niet met mijn werk, dan wil ik echt liever dood.´ Een half uur later zaten we alle drie met een neus in onze hand. En toen kreeg we de slappe lach. Galgenhumor of niet, het zorgde er wel voor dat Dieuwertje alvast een beetje kon wennen aan het idee van een kunstneus. ‘En als jij dit niet wilt, dan wil je het niet,’ werd er ook nog heel duidelijk tegen haar gezegd. Maar al snel was ze om hoor.

In de maanden die volgden kreeg Dieuwertje opnieuw immunotherapie. Ze had zelf al twijfels over het effect van deze therapie; daarbij stonk het een beetje in haar neus, zoals ze zelf zei. De immunotherapie bleek helemaal niets gedaan te hebben, zo liet de scan zien. En in korte tijd werd haar neus groter en roder. Na een nieuwe ronde onderzoeken kreeg Dieuwertje te horen dat haar neus volledig geamputeerd moest worden. Zelf was ze al lang zover. Ze zei: ´Nou, dan ga ik dat doen. Het is verminkend, maar ik ben nog niet klaar.´”

Wanneer sprak je Dieuwertje voor het eerst, Jomaro?
“Ik weet nog dat ze mij belde op 8 april. Ik had bericht gekregen dat er een nieuwe lotgenoot contact met mij zou opnemen. Dan belt er een mevrouw Blok. Ze zei ‘met Dieuwertje’, maar ik dacht dat ze zich vergist had in het telefoonnummer. Maar ze moest mij  wel hebben. Ze stelde praktische vragen over eten en drinken, omdat ze daar zo van hield. En of ze nog kon vliegen en zwemmen en nog geur zou ervaren na de operatie. Ze vroeg me ook of ik wat filmpjes wilde sturen van de campagnes waar ik aan mee heb gewerkt, zodat ze aan haar omgeving kon laten zien hoe zo’n prothese eruitziet. Daar was ze heel blij mee. Ik denk dat ik haar vooral heb kunnen helpen door zorgen weg te nemen, dus een stukje geruststelling. Dat merk ik bij de meeste mensen die ik spreek voor een dergelijke operatie. Je kunt op internet van alles lezen, maar je wilt gewoon van iemand horen hoe het echt zit. Dat is wat je nodig hebt om verder te gaan.”

Hoe verliep de operatie, Tessel? En de periode daarna?

“Op 18 april 2024 is Dieuwertje geopereerd. Ze was niet boos en ook niet bang. Ze had voor de operatie al een bezoek gebracht aan Shirley Bouman, gelaatsprotheticus in het AvL, om te zien hoe het hele proces van een kunstneus in zijn werk gaat en dat het wel een half jaar kan duren voordat je uiteindelijke neus klaar is.

De operatie zelf is perfect gegaan. Alles was schoon en ze had niet veel pijn. Zoals jullie weten heeft Dieuwertje er zelf voor gekozen om naar buiten te treden met het nieuws dat ze een neusamputatie moest ondergaan. Als ze niet zo’n publieke functie had gehad, zou ze dit niet op deze manier hebben gedaan. Na haar operatie wilde ze weer gewoon over straat kunnen, vandaar dat ze mensen wilde voorbereiden op wat ze te zien zouden krijgen. Op het moment dat het interview werd gepubliceerd, op 26 april, was haar neus er al af. Wat er daarna gebeurde, zal ik niet snel vergeten: zo veel reacties en steunbetuigingen.”

Vrijwel gelijk na de operatie heeft Dieuwertje in de spiegel gekeken. Ze was ontroerd, niet zozeer door het ontbreken van haar neus, maar omdat ze nog steeds Dieuwertje was. Na een kleine week is ze naar Noordwijk gegaan waar ze in een zorghotel verbleef. Ik ben al die tijd bij haar geweest. Voor ons een fijne plek, omdat we hier in onze vroege jeugd vaak zijn geweest. Ze is vrij snel naar buiten gegaan; we hebben veel gewandeld.”

Wanneer werd het voorhoedegevecht een achterhoedegevecht?
“In juli voelde Dieuwertje een knobbeltje in haar hals. Ze heeft meteen het AvL gebeld en kreeg een echo. Het bleek een uitzaaiing te zijn. En toen zeiden ze: ‘Nu moeten we heel drastisch gaan werken, want er is iets doorheen geglipt wat wij niet hebben gezien. We gaan je lymfeklieren schoonmaken tot aan het sleutelbeen.’ Van deze operatie had ze meer last dan van haar neusamputatie. En de bestralingen die volgden, waren ook niet mals. Ondanks alles bleef ze positief. En dan denk je: nou is alle kracht er wel op losgelaten…

Toch ging het de verkeerde kant op: Dieuwertje begon uit elkaar te vallen, in eerste instantie zonder dat we het doorhadden. Ze brak een rib, en niet veel later voelde ze iets knappen in haar arm. Je denkt geen seconde: mijn skelet valt uit elkaar. Maar dat was precies wat er aan de hand was. De pijn aan die rib en haar arm werd op een gegeven moment zo erg dat ze moeite kreeg met uit bed komen en met lopen. Ze heeft het AvL gebeld en ze kreeg een PET-scan.

Op de dag voor de scan kreeg ze zo’n verschrikkelijke pijn dat ze niet meer goed wist hoe ze moest zitten. De arts gaf haar morfine en ze mocht de avond voor de scan al naar het ziekenhuis komen. Sam, de dochter van Dieuwertje, en ik hebben haar gebracht. Maandagochtend ben ik weer teruggegaan voor de scan. Nog diezelfde middag verscheen de arts die gelijk ter zake kwam: ‘De uitslag is niet goed. Het is niet alleen een gebroken rib; de kanker zit in je hele skelet.

Ik slaakte een kreet van verbijstering en Dieuwertje dacht dat er sprake was van een misverstand: ´Weet je zeker dat je de goede scan hebt bekeken?’ Toen het nieuws langzaam tot haar doordrong zei ze: ‘Jemig, dan was alles voor niets. Dat was het dan. Nu moet ik Peter en de kinderen bellen.’ Diezelfde avond was iedereen in het ziekenhuis en hadden we een gesprek met een andere arts. Dieuwertje vroeg: ‘Hoe lang heb ik nog?’ De arts antwoordde dat ze daar geen uitspraken over kon doen. Waarop Dieuwertje zei: ‘Ik hoef het eigenlijk ook niet te weten, ik merk het vanzelf wel.’`

Wanneer ging Dieuwertje naar huis?
“De dag na de vernietigende uitslag hebben we alles geregeld. Het enige wat de artsen nog konden doen, was zorgen dat ze zo min mogelijk pijn zou hebben. Dat is grotendeels gelukt. We hebben een ziekenhuisbed geregeld voor in de woonkamer, pal  onder het schilderij van Schiffmacher. Dieuwertje zei: ‘We gaan het bed opmaken als een mooie bank met allemaal kleuren. Want ik kom daar ooit een keer in te liggen, maar nu nog niet.’ En zo ging het ook. Ze zat veel aan tafel op haar trippelstoel (red: stoel waarmee je binnenshuis mobiel blijft, in hoogte verstelbaar). Ze at gewoon met ons mee en dronk af en toe een wijntje. Ze wilde ook nog van niemand afscheid nemen.

En toen in ergens in februari, ik denk anderhalve week voordat ze overleed, zat ze aan tafel en gilde ze het uit. Ze had vreselijke pijn in haar arm; ze kon niet meer stoppen met gillen. Er kwam een arts die haar morfine gaf. Haar arm bleek volledig gebroken te zijn; het bot hing helemaal uit elkaar.
Vanuit bed heeft ze haar hele administratie nog gedaan en regelde ze haar begrafenis. Ik sliep bij haar op de grond op een matrasje, net zoals vroeger toen we klein waren.

Uiteindelijk is ze op zondag 2 maart overleden. Op de donderdag ervoor ging ze naar het toilet. Ze gilde opnieuw van de pijn. Haar hele rug bleek gebroken te zijn. De thuiszorg is gekomen en Dieuwertje heeft morfine gekregen. Ze werd daar natuurlijk wel een beetje duf van. ’s Avonds heeft ze nog een paar hapjes rode kool gegeten, klaargemaakt door vrienden die bij toerbeurt kookten. Na het eten zaten we met z’n allen in de keuken. De kinderen waren er ook. En toen riep ze ons, het was rond 19.30 uur. Ze zei: ‘Jongens, ga maar bellen, het is genoeg. Ik hou dit niet meer vol. We gaan het vanavond gewoon doen. Toen hebben we één voor één afscheid genomen. Daarna is ze langzaam in een slaap gegleden, steeds dieper en dieper. Op zondagavond is ze overleden.’

 Wanneer sprak jij Dieuwertje voor het laatst, Jomaro?

“Ik heb Dieuwertje voor de laatste keer gesproken op 18 februari, een kleine twee weken voor haar overlijden. Ze vertelde dat ze veel pijn had en dat ze behoefte had aan rust.”

Tessel, hoe omschrijf je de band die je had met Dieuwertje? En wat heb je voor haar betekend, denk je?

“De band kon niet veel hechter worden. Ze was behalve mijn zus ook mijn beste vriendin. Wat ik voor haar heb betekend… Er zijn, heel veel lachen, meedenken over haar afscheid en of ze geen mensen zou vergeten. De planning is altijd geweest dat wij hier samen zouden gaan wonen. Het lag in de verwachting dat Peter, gezien zijn gezondheidssituatie, eerder zou overlijden dan Dieuwertje. In dat scenario zou het heel waardevol zijn om ons leven samen voort te zetten in dit huis. Dat is er helaas niet van gekomen.”

En wat betekende Dieuwertje voor jou?

“Hetzelfde. Ja, dat is mooi. Echt hetzelfde. We waren er gewoon voor elkaar.”

Lachen tot je er buikpijn van krijgt, was een comfortabele emotie voor jullie. Waardoor kregen jullie zoal de slappe lach?
“Nou is het moeilijk om de dood te relativeren, dat hebben we ook niet gedaan. Belangrijke dingen moet je serieus nemen, maar neem jezelf niet al te serieus. Mijn ouders deden dat vroeger ook, dat relativeren. Dus dat zat er gewoon in. En dat moet ook hè? Je moet er enige lichtheid aan geven. Ik vind het dramatisch dat ik haar kwijt ben, maar het was natuurlijk niet een dramatische dood. Dus als er ruimte was, hadden we geregeld de slappe lach. Dan hoefden we elkaar maar aan te kijken en hup daar gingen we weer…”

Wat is je het meest bijgebleven als je terugdenkt aan de laatste periode voor haar overlijden?
“Dat ze niet boos was. ´Nu heb ik een keer geen mazzel,’ waren haar woorden. Daarbij ben ik geen 34, maar 67.’ “Dat ze er zo in kon staan heeft Peter, mij en de kinderen enorm geholpen. Ze heeft om zichzelf geen traan gelaten. ‘Huil maar om je eigen verdriet, omdat je me gaat missen,’ zei ze. ‘Dat is prima.’ “Ze zei ook: ‘Ik heb een hartstikke rijk leven gehad. En ik heb ook een rijk heengaan. Er is niks meer te wensen, behalve dat dit niet was gebeurd.’”

Heb je als naaste nog iets gemist in het ziekteproces van Dieuwertje?
“Nee, helemaal niks. Ik had het natuurlijk liever niet meegemaakt. Maar alles is zo liefdevol verlopen. Het leek bijna alsof er een draaiboek klaarlag. Het ging allemaal zo makkelijk en we vulden elkaar als familie goed aan.”

Hoe was de afscheidsdienst?
“Ja, het was prachtig. Precies zoals Dieuwertje het zelf had bedacht. Ze lag in een rieten mand, omgeven door een bloemenlint. Er zat een zekere mate van lichtheid in de dag. Tijdens het afscheid moet alles wat er geweest is, centraal staan. Dat mag je best vieren. Als we daar allemaal in het zwart hadden staan snikken, had ze zich omgedraaid.”

Hoe verklaar je de golf aan reacties op Dieuwertjes overlijden?

“Dat ze bekend en populair was, dat wisten we. Maar het leek wel alsof ze een godin was. Het kwam denk ik ook door de snelheid van haar overlijden, dat maakte veel los bij mensen.”

Ben je überhaupt al aan rouwen toegekomen?

“Eigenlijk nog niet. Dat komt ook door het overlijden van Peter, drie maanden na Dieuwertje. Ik merk dat ik moe ben. Ik moet echt nog de tijd nemen voor mijn verdriet. Maar dat kun je niet forceren. Dat komt en dat gaat.”

Bij wie kun jij terecht met je verdriet?

“Bij Sam en Mick, de kinderen van Dieuwertje. Ze zijn veel hier. Zij zijn nu mede-eigenaar van het huis. En bij mijn zoon en de kinderen van Peter. We zijn veel samen. We gaan geregeld met zijn allen aan de slag in de tuin of in het huis. Dit huis is mijn alles. Het hele gebeuren heeft misschien nog wel een extra dimensie gegeven aan mijn gevoel voor het huis. Al die fijne herinneringen… Dat helpt ook bij de verwerking. Je gaat terugkijken en dan zie je hoe mooi het was.”

Wanneer mis je Dieuwertje het meest?

“Dat zit ´m in kleine dingen. Mijn hersenen zijn er nog niet helemaal op ingesteld dat ze er niet meer is. Ik bel haar nog met grote regelmaat. Dat je ergens staat en denkt: oh, dit moet ik haar even appen. Nee, het is helemaal niet naar om te merken dat ze nog zo diep in me zit. Dat heeft ook wel iets moois. Het zal op enig moment gaan slijten. Voorlopig koester ik de mooie herinneringen.”

App-geschiedenis tussen Dieuwertje en Jomaro:

Lieve Jomaro.

Het heeft even geduurd mijn antwoord. Mooi stukje, waardoor ik me weer realiseer wat er met de PVHH gebeurde, toen ik mijn verhaal openbaar maakte. Het is een idioot jaar geweest, maar het heeft me ook kracht gegeven. Je hebt me enorm geholpen, niet alleen met je kennis en raad, maar ook met je lieve aandacht op de goede momenten. Dat heeft zo veel voor me betekend…

Duizendmaal dank.

Warme omhelzing, Dieuwertje.

Contact

Wil jij contact met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij? Of wil je naar een activiteit bij jou in de buurt? Kijk dan op deze website onder Bij jou in de buurt/activiteiten.

Back To Top